Snappen is nog niet kunnen

L. (4 havo) komt bij me met een 4.2 voor een toets van natuurkunde. Het cijfer valt hem erg tegen. Hij snapte alles en toch een onvoldoende. Ik wil samen met hem de toets analyseren en vraag hem wat er goed en fout is gegaan. Dit weet hij niet. De klas heeft de toets in mogen zien, maar hij heeft niet echt gekeken. Wel heeft hij nog even nageteld of de docent alle fouten en punten goed had geteld.

Een gemiste kans volgens mij! Het is erg belangrijk om toetsen te analyseren. Zijn er bijvoorbeeld bepaalde onderdelen die je niet snapt? Gaat het steeds mis met dezelfde formules? Weet je niet welke formule je moet gebruiken? L. heeft eigenlijk geen idee.

Ik kom terug op de uitspraak van L. dat hij alles snapte en wil graag weten hoe hij weet dat hij alles snapte. In de klas had hij redelijk goed opgelet vond L. De leraar had veel verteld, sommen voorgedaan en dat had hij allemaal wel kunnen volgen. Voor de toets had hij zijn boek er nog even bij gepakt en de theorie doorgenomen. Daar stonden ook voorbeeldsommen bij en die snapte hij prima. Ik vraag hem of hij zelf ook nog sommen heeft gemaakt. Hij kijkt me aan en zegt dan eerlijk dat hij zijn huiswerk eigenlijk nooit maakt. De docent vindt dat prima (want hij zegt er niets van en controleert het niet) en vorig jaar ging dat ook goed.

Ik vraag hem hoe het ging tijdens de toets. Wist hij precies wat hij moest doen? Had hij door wat er gevraagd werd? Hierop weet hij zo geen antwoord. Na wat langer denken, weet hij dat hij niet altijd wist welke formule hij moest gebruiken, waar de letters in de formule ook alweer precies voor stonden en hoe hij aan bepaalde getallen moest komen.

Herkenbaar! Ik geef als voorbeeld dat een staartdeling er best simpel uitziet als de docent het voordoet. Als je het zelf moet doen, is de eerste vraag al waar je welk getal schrijft. Daarna moet je goed weten aan welke kant je moet beginnen. Als je goed begrijpt wat je met een staartdeling kunt, is het vaak met beredeneren nog wel op te lossen, maar dan moet je wel ‘boven de stof staan’. Ook fietsen ziet er best simpel uit, maar met alleen maar kijken hoe een ander fietst, ben je er nog niet!

L. blijft even stil en komt dan tot de conclusie dat hij moet oefenen. Hij begint te lachen en zegt dat die sommen in het boek daar nog wel eens voor bedoeld kunnen zijn. Ik denk ook dat ze daarvoor zijn en dat de docent ze niet alleen gebruikt om leerlingen te pesten… Snappen en kunnen zijn niet hetzelfde!