Overtuigd???

Vanmorgen heb ik twee keer met jongeren over hun overtuigingen gepraat. Twee keer begon hun zin met: “Ik kan dat gewoon niet.”

Vaak begint een overtuiging bij de ouders. Zij laten nog wel eens aan anderen weten dat “niemand in hun familie iets van wiskunde snapt” of dat “ze allemaal geboren zijn zonder wiskundeknobbel”. Voor de jongeren reden genoeg om ook niet echt hun best voor een vak te gaan doen: “Want als niemand het in de familie kan, dan hoef ik het ook niet te proberen…”

Veel slimme kinderen hier in de praktijk hebben op de basisschool nooit moeite hoeven te doen voor rekenen. Ze snapten het in één keer en hebben de sommen met gemak gemaakt. Op de middelbare school blijven ze bij wiskunde de eerste tijd achterover zitten, want ze zijn goed in rekenen. Bij de eerste toets halen ze een krappe voldoende of een onvoldoende. Ho, wat is dat? Kunnen ze het niet? Thuis wordt er troostend gezegd dat moeder er ook niets van snapte en dat vader het heel makkelijk vond en er nooit iets voor hoefde te doen. “Je zult wel op je moeder lijken.”

Twee dingen geleerd: “Ik lijk op mijn moeder en kan het niet èn als je wel wiskunde kunt, hoef je er niets voor te doen.” Jammer, want ook twee dingen niet geleerd: “Als ik mijn best doe, kan ik het wel (beter) en misschien lukt het me wel met een andere leerstrategie”.

Wij hebben allemaal vrij vaste overtuigingen waar we heilig in geloven en die we vaak zeggen: “Ik ben een echt talenmens, ik kan niet tekenen, ik kan niet schaken, ik kan geen nee zeggen, ik kan geen woordjes stampen” etc. Hoe vaker je het zegt, hoe meer je er ook in gaat geloven!

Persoonlijk kan ik zeggen dat ik niet kan ijsvissen. Nooit geprobeerd ook. Het spreekt me ook zeker niet aan. Ik ben namelijk ook overtuigd koukleum. Maar kan ik nu wel zeggen dat ik het niet kan? Moet ik daarvoor niet eerst echt goed mijn best hebben gedaan? Of het op z’n minst hebben geprobeerd?

Veel dingen leer je door het maar vaak genoeg te doen. Kasparov kon ook niet schaken in de wieg. Hij heeft misschien meer talent voor schaken dan jij en ik, maar hij heeft ook veel meer potjes op zijn naam staan. Als hij in de wieg overtuigd was dat hij niet kon schaken, was hij ook niet zo ver gekomen!

Vanuit de mindsettheorie van Carol Dweck wordt vaak het woordje NOG gebruikt. Je kunt nog niet schaatsen of nog niet tekenen. Door dit woord vaak te gebruiken, leren de kinderen ook dat je alles kunt leren (tot op zekere hoogte), als je er maar je best voor doet.

Gelukkig heb ik vanmorgen twee jongeren leren inzien dat  overtuigingen je soms belemmeren. Zij gaan ermee aan de slag en proberen met een nieuwe leerstrategie het vak alsnog te leren en hun overtuiging dat ze het niet kunnen, niet te laten winnen!

PS. Ik kan NOG steeds niet ijsvissen, maar sommige dingen zijn iets minder belangrijk om te leren en belemmeren je nauwelijks.