Liever duidelijkheid dan aardig zijn

Een flinke knal op mijn deur en hij vliegt meteen open. “Je bent er”, zegt A. Formaliteiten als “komt het uit?” of “heb je even tijd?, zijn niet aan A besteed. Hij gaat zitten en kijkt boos.

Ik vraag hem of hij wat wil drinken, maar hij begint met zijn verhaal. Een tijd geleden heeft hij voor het eerst in zijn leven een uur gespijbeld. Na zorgvuldige afweging, dat wel. Hij moest door lesuitval een aantal uren wachten op zijn volgende les. Door niet naar die laatste les te gaan en zijn straf voor het spijbelen te aanvaarden, zou hij toch nog een uur winst hebben.

De vraag van de afdelingsleider of hij langs wilde komen, kwam dan ook niet onverwacht. Hij gaf netjes toe dat hij inderdaad had gespijbeld en legde de man zijn afweging uit. De afdelingsleider begreep hem, vertelde nog wat over dat spijbelen niet mag en liet hem weer vertrekken. Zonder straf! A hoefde niet na te blijven. Dit had hij niet aan zien komen en het maakte hem behoorlijk van slag. Hij had gespijbeld en geen straf gekregen!

Toen ik later met de afdelingsleider belde, hoorde ik dat de hele klas lang op de les moest wachten. Een paar kinderen waren naar de betreffende docent gegaan en het uur was verzet naar een ander moment. Alle klasgenoten wisten dit en waren aanwezig. A niet. Hij had het allemaal niet meegekregen. De afdelingsleider kent A en vond het sneu voor hem dat hij daar voor na moest blijven en besloot hem niet te straffen.

A heeft een stoornis in het autistisch spectrum. Hij is zeer intelligent, maar doordat hij vaak dingen mist in de klas lukt het hem niet om op het VWO te blijven. Hij heeft vaak “ineens” toetsen zonder dat hij het weet. Door op te letten in de klas en al zijn huiswerk netjes te leren en te maken, weet hij al veel van de lesstof en een onverwachte toets zou hij best voldoende kunnen maken. Wanneer hij onverwacht een toets moet maken, slaat hij echter dicht en kan hij de toets niet meer goed maken.

Onduidelijkheid over wat hij moet leren voor een toets, leveren veel frustraties op. Vragen over gevoelens, vragen met spreekwoorden of uitdrukkingen en vragen over hoe de één over de ander zal denken, gaan meestal fout. De sociale interacties in de klas, ontgaan hem volledig. Daarvoor is hij trouwens ook niet op school. Met zijn twee vrienden wil hij nog wel ‘sociaal doen’, maar school is om te leren. Zolang alles duidelijk is, doet hij wat moet doen. Niet meer en niet minder. Voor A geldt: Regels zijn regels en ook al vallen ze negatief voor je uit, de (ingecalculeerde) straf aanvaarden, levert minder stress op dan een verandering van regels.