Jelle wil op atletiek. Een verhaal vol metaforen!

Jelle wil op atletiek. Zijn ouders vinden het een goed idee voor hun zoon die altijd rond rent en moeder informeert bij de plaatselijke atletiekvereniging. Zes jaar moet Jelle zijn voordat hij mag starten. Jammer! Nu moet hun energiekeling nog een tijdje wachten. Als troost heeft ze een mooi boek gevonden waarin hij van alles kan leren over atletiek.

Jelle is teleurgesteld, maar begint enthousiast in het boek te lezen. Hij rent nog meer rondjes, neemt een startpositie in zoals in het boek staat en maakt zelf een speer van een mooie rechte tak. Met een oude tennisbal werpt hij alsof het een kogel is en de zandbak in het buurtspeeltuintje wordt zijn zandbak om in ver te springen.

Zijn zesde verjaardag nadert en Jelle wordt helemaal blij van het idee dat hij nu toch echt snel op atletiek mag! Moeder informeert nog een keer, maar krijgt te horen dat hij het nieuwe seizoen in mag stromen. Weer een teleurstelling! Vader weet dat zijn ouders nog een zware bal op zolder hebben liggen en deze mag Jelle als nieuwe kogel gebruiken. Samen maken ze hordes, zodat Jelle ook alvast kan hordelopen en met zijn vriendjes loopt hij estafettes.

In het nieuwe seizoen begint Jelle mega-enthousiast aan zijn eerste les. Hij kletst de trainer de oren van zijn kop en vertelt wat hij allemaal al kan. “Heel leuk”, zegt de trainer, “maar voorlopig oefenen we alleen met hardlopen”. Lichtelijk teleurgesteld loopt Jelle met zijn teamgenoten mee. Hij wil wel harder, maar dat mag nog niet. “We gaan allemaal gelijk over de finish”.

Tijdens de training hoort Jelle allemaal dingen die hij al weet en eigenlijk ook wel kan. Hij droomt weg tijdens de uitleg. Hij ziet de mieren op de grond allemaal in rechte rijtjes lopen. “Wat grappig dat die mieren allemaal…, hé een hommel, wat is zo’n beestje toch harig, waar zou dat voor zijn…?” Jelle hoort zijn naam en ziet dat de kinderen allemaal al zijn vertrokken en een halve baan voor liggen. Snel sprint hij naar de groep en vertelt Daan enthousiast wat hij heeft bedacht over de hommel. Weer hoort Jelle zijn naam. “Concentratie!” “Niet kletsen tijdens de training.” “Jouw houding bevalt me niet.”

Na de training zijn de kinderen moe. De moeder van Jelle hoeft niet lang te zoeken naar haar zoon. Hij is de enige die nog rondspringt en enthousiast op haar afstormt om te vertellen over een hommel. Ze moet hem thuis echt helpen onthouden dat hij opzoekt of zijn theorie over de harige hommel klopt. Van de trainer hoort ze dat haar zoon zijn houding moet veranderen, omdat hij de groep stoort en niet serieus met zijn sport bezig is.

Na een aantal maanden is Jelle niet meer zo enthousiast over atletiek. Eigenlijk is het hartstikke saai. Ze lopen alleen maar rondjes en hebben tot nu toe drie keer mogen verspringen. Van die drie keer, mocht Jelle ook nog een keer niet meedoen voor straf, omdat hij zo enthousiast werd over het verspringen en het alvast een keer probeerde voordat de trainer was uitgesproken.

Jelle wil graag naar de volgende groep. Daar leren ze allemaal leuke dingen die hij al kent uit zijn boek. Dat mag niet, want Jelle heeft de test niet gehaald. Hij had zijn veters wat snel en ongeconcentreerd gestrikt en ze gingen los tijdens de test. Zijn motivatie zakt verder en de zelfgemaakte speer en de nep-kogel zijn al maanden niet aangeraakt. Jelle rent de rondjes mee, komt soms als eerste over de finish, maar vaak ook pas als laatste…

Wil je weten hoe het Jelle vergaat op ‘voortgezet’ atletiek? Dan moet je even geduld hebben. Net als Jelle. Die moet ook vaak wachten…

Deel 2 van het verhaal vol metaforen van Jelle

 

Jelle zit inmiddels op ‘voortgezet’ atletiek. Hij heeft alle testjes toch nog gehaald door op het eind nog even een sprintje te trekken. Hij begint enthousiast, want dit is ‘voortgezet’ en zal dus wel heel gaaf zijn.

 

In eerste instantie kan Jelle nog goed meekomen met zijn teamgenoten. Hij heeft niet altijd door wat hij precies doet, maar hij redt zich aardig. Hij doet veel op zijn gevoel en weet ook nog veel uit het boek dat hij ooit van zijn moeder kreeg.

 

Na een tijdje begint hij zich toch af te vragen hoe de andere kinderen steeds sneller leren lopen. “Gewoon veel oefenen”, zegt de trainer. Jelle begrijpt hem niet helemaal, maar loopt soms ook maar een rondje buiten de trainingen om. “Dit zal hij wel bedoelen met gewoon oefenen, alles een keertje herhalen.” In het boek heeft hij ooit ook gelezen dat hij wat met zijn ademhaling kan doen. Hij zoekt naar het beste schema op papier voor hem en is er tijden druk mee. Ondertussen vergeet hij dat hij het schema ook moet toepassen en dat er ook nog andere onderdelen zijn bij atletiek.

 

Ook lijken zijn teamgenoten veel beter te zijn bij het nieuwe onderdeel hoogspringen. Hij wilde dit eerder al wel graag leren, maar de trainer zei dat hij daar nog niet aan toe was.  Tijdens de training doet Jelle goed mee. De trainer heeft het steeds over ‘focus’ en ‘concentratie’ en Jelle vraagt zich af hoe de anderen dit toepassen. Hij heeft het nooit geleerd en geen idee hoe het moet. Langer dan vijf minuten heeft hij zich nooit hoeven concentreren.

 

Bij aankomst van een volgende training ziet Jelle een verandering op de baan. “Wauw gaaf, hoe heette dat ook al weer?” In zijn boek heeft hij er in het verleden wel over gelezen. Hij graaft diep in zijn geheugen weet het weer “Steeple”. Jelle wil graag met zijn voeten in dat waterbad landen. Enthousiast vraagt hij de trainer of ze dat ook gaan doen vandaag. Zijn trainer reageert geïrriteerd dat hij niet zomaar overal doorheen moet kletsen en dat die waterbak toch echt bij de 3000m hoort. Zover is de groep niet en hij al helemaal niet. De vorige keer op de 500m had hij er immers nog een zootje van gemaakt.

 

Ze gaan eerst maar weer hoogspringen en Jelle ploetert , maar het lukt hem niet goed. De anderen om hem heen lijken lol te hebben en het gemakkelijk te kunnen. Jelle vraagt zich steeds vaker af of hij het wel kan. Sinds hij in de ‘voortgezet’ groep zit, lukt het allemaal niet vanzelf. Hij denkt er vaak aan om op te geven. Hij zal het allemaal wel niet kunnen. Jelle trekt zich steeds meer terug en is eigenlijk nergens echt meer voor te porren. Soms gedraagt hij zich als een clown. Dit doet hij dan om maar niet te hoeven laten zien dat hij het in zijn ogen eigenlijk niet kan. Hij lukt hem immers allemaal niet in één keer. Jelle heeft constant het idee dat hij faalt.

 

Aan het einde van het seizoen stelt de trainer voor dat Jelle maar een niveautje lager moet gaan trainen. Hij laat het allemaal niet zien en zijn houding is verschrikkelijk. Met zo’n houding ga je het nooit maken als sporter. Jelle vindt het prima. Zijn enthousiasme is totaal verdwenen. Zijn ouders twijfelen nog. Hij leek zo enthousiast en zo goed. Ze zien ook wel dat ze hem de laatste tijd te vaak moesten pushen en dat hij niet gemotiveerd was. Hadden ze het dan al die jaren verkeerd gezien…?