Hoogbegaafde kinderen redden zich wel!?

Er wordt mij nogal eens gevraagd waarom ik me zo inzet voor (hoog)begaafde kinderen. Die hebben het toch niet nodig? Of is het juist dat ik die ouders een beetje af moet remmen in hun overdreven aanmoediging van die bijdehandjes?

In Nederland houden we van gemiddelde kinderen. Daar is het schoolsysteem op ingericht. Als je onder het gemiddelde presteert liggen er mappen voor je klaar en krijg je extra hulp, zodat  je onderwijs op je eigen niveau kunt krijgen.

Voor kinderen die boven het gemiddelde presteren zijn er vaak veel minder mogelijkheden om op eigen niveau te presteren. Hoogbegaafde kinderen zijn van nature erg nieuwsgierig en dol op onderzoeken en ontdekken. Ze stellen al vanaf jonge leeftijd veel vragen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Wanneer ouders dit als iets positiefs zien, zullen ze hun kinderen zoveel mogelijk helpen om tot de antwoorden te komen. Op school moeten deze kinderen echter vaak ‘in de pas lopen’ en zich aanpassen aan het gemiddelde.

Sommige hoogbegaafde kinderen passen zich keurig aan, maar zijn niet meer zichzelf en verliezen het plezier in het leren en het leven. Ze krijgen vaak lichamelijke klachten of uiten hun frustraties in woedeaanvallen thuis. Andere kinderen passen zich niet aan, maar zetten zich juist af. Ze zijn vervelend in de klas en weigeren nog iets te doen.

Zowel het aangepaste als het onaangepaste kind presteert vaak onder zijn of haar niveau. Deze kinderen worden niet altijd herkend als slimme kinderen. In tegendeel, ze worden vaak aangezien voor kinderen met bijvoorbeeld autisme, angststoornissen of juist met ADHD of gedragsproblemen.

(Hoog)begaafde leerlingen hebben ook behoefte aan aanpassingen in het onderwijs. Dit kan goed door te compacten en te verrijken: Herhalingen kunnen worden geschrapt en in de tijd die vrijkomt, kunnen ze complexere vraagstukken maken. Daarnaast kunnen interne of externe plusklassen veel opleveren voor deze kinderen als er ook gewerkt wordt aan de (schoolse) vaardigheden!

Ik merk nu vaak dat slimme leerlingen in de brugklas vastlopen door een gebrek aan vaardigheden. Ze hebben geen leerstrategieën ontwikkeld, omdat één keer de stof overlezen altijd voldeed. Ze kunnen niet plannen en hebben geen idee hoe ze iets aan moeten pakken. Daar komt bij dat ze niet kunnen automatiseren (uit het hoofd leren), omdat ze alles altijd op begripsniveau hebben geleerd. Veel hoogbegaafde leerlingen komen hier nog veel later achter, die doen de eerste twee klassen (en soms nog meer) nog zonder enige leerstrategie.

Veel van deze leerlingen stromen af en zitten dus niet op het VWO maar op de HAVO of het VMBO. Deze vormen van onderwijs sluiten echter (weer) niet aan bij de nieuwsgierige en onderzoekende leerling. Met alle gevolgen van dien.

De ouders die bij me komen,  moet ik dus vaak niet afremmen, maar juist aanmoedigen om op te komen voor hun kind. Iedereen wil z’n eigen kind toch gelukkig zien? Samen kijken we wat er mogelijk is op school, welke vaardigheden het kind kan leren en hoe het weer beter in zijn vel komt te zitten.

Met ouders kijk ik hoe ze dingen in de opvoeding kunnen veranderen door aanpassingen in het handelen of door het krijgen van begrip voor hun kind. Een (hoog)begaafd kind is geen gemiddeld kind, maar als we hem snappen en begrip tonen wordt alles al direct een stuk eenvoudiger!  Gelukkig dringt dit bij steeds meer scholen door en wordt het (hoog)begaafde kind al veel beter gezien en geholpen!